Natuurlijk leren is een begrip afkomstig uit de kunststroming die constructivisme wordt genoemd. Het constructivisme ontstond omstreeks 1913 (-1930) en in het verlengde daarvan bestaan onderwijssystemen die gebaseerd zijn op wat Sociaal Constructivisme wordt genoemd. Het constructivisme is een leertheorie gebaseerd op de veronderstelling dat we leren door te reflecteren op onze ervaringen. We leren door nieuwe informatie te verbinden aan wat we al weten, aan wat opgedaan is aan ervaringen dus. Anders gezegd we bouwen voort op de aanwezige kennis en ervaringen.

Ook ziet het constructivisme leren als een sociaal proces, waarbij de kennis die ontstaat gedeeld wordt met anderen. Zo kunnen we ook in ons eigen leven op het spoor komen van ‘wat in de kiem’ gebleven is en een positieve houding aannemen naar wat was in je verleden wat uiteindelijk ook je toekomst is. Het IK leeft in de tijd, altijd naar de toekomst gericht. Het is nooit af en biedt ons zo de kans de vraag te stellen in hoeverre , waartoe dus, een gebeurtenis voor de toekomst belang heeft. Dat is ook noodzakelijk, anders worden we robots. Het is ook niet vruchtbaar om al je normen en waarden overboord te gooien, dan worden we beesten.

Levenskunst is een praktische filosofie die handvatten geeft voor denken, voelen en doen en volgt de weg van natuurlijk leren.  Het natuurlijke leren heeft zo een impulskarakter; het roept op. Het is een proces of ontwikkelingsgebeuren, een zinvolle samenhang die zich in de tijd ontplooit en een dynamiek ontwikkelt waarbij uiterlijke gebeurtenissen en innerlijke belevingen elkaar wederzijds beïnvloeden.

Elk mens heeft een eigen levensloop en net als in een kunstwerk zijn er thema’s, motieven, ziekten, hobbels en ritmes te ontdekken die terugkeren en uniek zijn in jouw leven. Kun je terugzien op je leven en de lijnen vinden die zich hebben afgetekend?

Ken jij de compositorische kracht, de glimpen en streken van jouw ritme al?

Er is immers niet zoiets als een rode draad. Juist aan de crisis in de biografie kunnen we zien dat onze biografie niet verder komt door de gewoonten uit het verleden, de kenmerken van onze afkomst, onze zekerheden en overtuigingen. Als je ervoor kiest kunnen we samen vanuit een ruimer perspectief het beginpunt van de verknoopte rode draden proberen te vinden en boven het labyrint uitgetild worden opdat je het kunt overzien.

Juan Ramon Jiménez (1881-1958) was een Spaanse dichter en schrijver, in 1958 bekroond met de Nobelprijs voor literatuur. In dit gedicht beschrijft hij het hoger ik. Dat deel van ons dat altijd heel is, vrij van oordelen, onsterfelijk. Waar we soms contact mee kunnen maken, en soms ook helemaal niet. Maar het is er altijd. Hoe en wanneer beleef jij je hoger ik?