De eerste drie jaar van het leven, en in het bijzonder de eerste zes maanden, zijn belangrijk voor een gezonde hechting. Aangezien kinderen van deze leeftijd zeker niet met biografiewerk bezig zijn ben je vast en zeker ouder en wil je eigen hechting h*erkennen en versterken. Er zijn vier soorten hechtingstypen te herkennen, waarvan slechts één veilige hechting. Ik noem ze kort in het besef dat elk mens een ander verhaal leeft, een geheel eigen kijk op de wereld heeft en het waarnemen van het eigen lichaam. https://wp.me/p2XSLz-1RI


“Het lichaam ontwikkelt zich uit ons, niet andersom. 
Wij schiepen ons lichaam, cel voor cel schiepen we het” (Rumi 1207-1273)
walnootje Leonardo da Vindi

In de drieslag denken, voelen en willen werkt de drieslag verleden, heden en toekomst door. Welke manieren van hechten herken jij bij jezelf?

Veilige hechting: ‘ik ben er om van te houden’

Veilige gehechtheid ontstaat in een relatie waarin de ouder de emoties en het gedrag van zijn kind kan onderkennen als van iets van dat kind, los van de eigen emotie. Zo kan de ouder troost bieden, zonder zelf te ontregelen of angstig of boos te worden.

Het kind leert op deze manier dat zijn emoties iets van hem zijn en leert er woorden aan te geven. Hij leert om de realiteit binnenin hem te onderscheiden van de realiteit buiten hem en om zijn eigen emoties te onderscheiden van die van anderen.

Veilige hechting is gebaseerd op een innerlijk model van de ander als veilig en betrouwbaar en van zichzelf als competent en ‘om van te houden’.

Onveilige hechting

Onveilige hechting ontstaat als de ouder zelf minder goed in staat is om zijn eigen emoties te reguleren en zelf ontregeld raakt bij een confrontatie met de emoties van het kind. Er zijn drie soorten onveilige hechting.

  1. Angstig-ambivalente of aanklampende gehechtheid

De ouder neemt de emotie van het kind over: kind angstig ⟶ ouder angstig ⟶ kind nog angstiger. Het gevoel escaleert wat een langere periode van ontregeling met zich meebrengt. Wiens emotie van wie is, is niet duidelijk.

Het kind blijft afhankelijk wat ten koste gaat van de exploratie van zijn omgeving en van zijn autonomie. Er is sprake van onderregulatie: men reguleert niet zelf en klampt aan bij de ander.

  1. Angstig-vermijdende of gereserveerde gehechtheid

De ouder is gewend om eigen emoties te negeren of af te doen als aanstellerij. Deze ouders zullen te weinig reageren op signalen van ontreddering van hun kind. Een kind dat niet huilt als het pijn heeft, wordt als makkelijk ervaren maar dit kind heeft al geleerd dat in nood niet op steun of troost gerekend kan worden.

Autonomie en zelfredzaamheid heeft al de overhand genomen ten koste van de hechting. Er is sprake van overregulatie: men reguleert teveel en neemt afstand van de ander.

  1. Gedesorganiseerde gehechtheid

De ouders zijn een bron van angst; het zijn ouders die agressief, verwaarlozend en vooral onvoorspelbaar zijn. Het kind kan geen eenduidig innerlijk werkmodel ontwikkelen; ze blijven innerlijke representaties houden van hulpeloosheid aan de ene kant en vijandigheid aan de andere kant. Het kind heeft geleerd dat anderen niet beschikbaar zijn en heeft ook niet geleerd om zijn eigen heftige emoties te reguleren. Het geen-bodem-syndroom komt hieruit voort.

Kleuren zijn voedsel voor de ziel en elke kleur geeft ons een andere beleving. Een zich eindeloos herhalende, ademende en levende beweging van kleuren, steeds anders en zich vernieuwend. Zoek eens een kleurencirkel en reis mee met de hele kleurencirkel/spiraal. Welke kleuren in de natuur raken je aan en welke complementaire kleur mag je dieper met je in contact laten komen. Kleuren in de natuur (en kunst) zijn van vitaal belang voor het leven en voor ons mensen.

De wijze waarop mensen een relatie aangaan weerspiegelt de gehechtheidsstijl die ze tot dan toe hebben ontwikkeld. Biografiewerk is maatwerk. Op deze website vind je veel manieren van kijken, ook kun je persoonlijk contact opnemen en je vragen stellen. Welkom!

http://www.fluisteralsjeblieft.nl