Gnosis betekent eenvoudigweg ‘weten’ – maar dan van binnen, innerlijk. In Wijsheidstromingen of universele Gnosis het hart dat weet genoemd of nog mooier – de dans van het Al -.

De Maya’s geloofden dat in het centrum van het universum een kosmische boom de hemelen met de aarde en de onderwereld verbond. In dit kosmologisch wereldbeeld droegen de zoons van de oppergod Itzamná en zijn godin Ix Chel, de vier reuzen genaamd Bacabs, de wereld op de vier hoekpunten: het noorden, het zuiden, het oosten en het westen.

De vier hoeken van de aarde zijn het huis dat we bewonen.
Daar groeien we op en bewegen we ons, het is de plek waar we lachen en huilen.
Op de aarde worden we geboren, op de aarde sterven we.
De aarde is het middelpunt van ons bestaan,
het begin van de weg die naar God zelf voert.

Wij zijn verbonden met alle volken, in het oosten en het westen, in het noorden en het zuiden. Wij zijn het leven van wie reeds gestorven zijn, wij zijn de dood van wie na ons komen. Wij zijn verenigen in ons verleden, heden en toekomst. De dood is een deel van ons leven; door de dood worden de levenden en de voorouders met elkaar verbonden.

Ook al sterven wij, wij leven voort in onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. De doden zijn vertrokken, maar zij zijn niet weg; wij zetten hun bestaan voort. In de dood ervaren wij de eenheid van levenden en doden. Daarom verandert ons verdriet om de dood in vreugde. Wij huilen om het leven omdat het ons zo dierbaar is.

 

Een mens is nooit alleen, wij zijn altijd een paar. Omdat wij een paar zijn is er nieuw leven mogelijk, is er geschiedenis, vindt er verandering plaats, zijn wij gemeenschap en volk. Als paar, als man en vrouw, hebben wij eerbied voor elkaar en beminnen wij elkaar.

Personen, families en volken kunnen alleen maar bestaan wanneer er wederkerigheid is tussen man en vrouw, tussen hemel en aarde, de mens en de schepping. Wederkerigheid tussen God en mens, tussen vaders en moeders, grootouders en kleinkinderen, ouders en kinderen, tussen water en vuur, zon en maan, wind en bergen, maïs en regen, tussen zaaien en oogsten.

Man en vrouw zijn samen als een boom die leven geeft. “Ik kijk naar jou en jij kijkt naar mij; ik zorg voor jou en jij zorgt voor mij, zodat wij samen groeien. Ik geef jou schaduw en jij geeft mij schaduw. Alleen samen zijn wij compleet. Samen zijn wij een boom; wij hebben hetzelfde vlees en bloed, dezelfde wortels, dezelfde tronk, dezelfde takken en bladeren. Alleen samen brengen wij bloesem en vruchten voort.

 

© Joke – fluisteralsjeblieft 2009-2019