Zelfontwikkeling en aansluiting vinden bij het grotere bewustzijn vragen beide om zelfsturing.
Dat is dan ook het belangrijkste waar je een ander mee kunt helpen: zichzelf te ontdekken. Bewustwording.

Wij kunnen wél elkaar helpen om te ontspannen in een eventueel teveel aan ego- of waakbewustzijn, waardoor de verbinding met het eindeloos bewustzijn makkelijker tot stand kan komen.  Dat kunnen we doen door onszelf steeds vragen te stellen: waarom leef ik? Wat is mijn opdracht? Maar ook vragen van een wat kleinere en meer dagelijkse orde dragen bij, zoals: wat heb ik vandaag te doen? Het antwoord op die vragen is individueel en verandert voortdurend – immers, door het stellen van de vraag beïnvloed je het universum al. Maar eigenlijk doet het antwoord er ook niet zo toe. De vraag stellen is belangrijker dan het vinden van het antwoord, want door de vraag ontsluit het bewustzijn zich voor ons; een antwoord dekt het toe.

Toegang krijgen tot het eindeloos bewustzijn, waar Pim van Lommel over schrijft,  vraagt juist om overgave, om loslaten en verwondering. Het nodigt ons uit om elk moment en elke ontmoeting onbevooroordeeld in te gaan en open n(ontvankelijk) te staan voor nieuwe waarheden en werkelijkheden. Als we op die manier in het leven kunnen staan, kan de informatie uit het grotere bewustzijn tot ons komen en ons verder helpen in onze ontdekkingstocht naar wie we zijn. Dit is voornamelijk een individuele tocht, waarin we ons natuurlijk steeds kunnen en moeten laten voeden door (de verbinding met) anderen.

De tocht is individueel, het antwoord is van minder belang dan de vraag, veel is feitelijk al bepaald. Het blijft wél de opgave om uit te zoeken wat we nu ten goede of ten kwade willen gaan doen. Dat is waar (Maya) astrologie of symbool psychologie haar taak kan vervullen, en mag je zien als een update.

De update van de 21e eeuw waar we allemaal mee te maken hebben wordt wel ‘kennis van het hart’ genoemd. Kennis van het hart brengt nieuwe inzichten aan het licht omtrent de samenwerking tussen hart en hoofd. Vroeger was men ervan overtuigd dat ons gevoel in het hart zetelde. Het hart was voor de Maya het centrale orgaan waarin het geweten zetelt.  Waar ooit het hart geassocieerd werd met intelligentie, wijsheid en gevoel en men het hart afbeeldt als een kruik, kent men het hart nu in algemene zin meer als de zetel der liefde. Lange tijd dachten wij in westerse culturen met ons hoofd en ontwikkelden we ons denken; nu is het tijd om dat weer in verbinding te brengen met de kennis van het hart. Nieuwe inzichten omtrent de samenwerking tussen hart en hoofd maken duidelijk dat een eenzijdig topzwaar hoofddenken beperkend werkt op het bewustzijn en chaos veroorzaakt.

In deze tijd komen daardoor op nieuwe wijze we weer terug op de betekenis van het hart zoals we die in vroeger tijden hebben ervaren en geformuleerd: het hart is meer dan een orgaan, en niet los te zien van ons diepste wezen. Het is de zetel van de ziel en onze verbinding met het Goddelijke. Het is het centrum van ons wezen, het middelste van drie gebieden. Het echte centrum van ons zijn is het hart – in het hart zetelt wijsheid, schoonheid, de kracht van begrip en mededogen en vooral liefde. Dit kan ons hart maken tot de centrale zon die ons leven verlicht en vergt een her-balanceren van de vrouwelijke en de mannelijke energie, ook in onszelf.  Opdat polarisatie tussen beide hersenhelften opgeheven wordt en de vrouwelijke en mannelijke energie elkaar volledig ten dienste staan en samengaan. We gaan leren denken met ons hart – op weg naar mensenland met als basis de universele mensenrechten.

Wij kunnen daarbij veel leren van egalitaire culturen die hun wortels in het moederland hebben; Venuskunst, de sacrale voorchristelijke vrouwelijke kunst die te maken heeft met leven, dood en wedergeboorte. Die vanzelf ook aandacht heeft voor de christelijke Maria, die veel van Venus’ symbooltaal meeneemt naar de christelijke periode. Door ons weer bewust te worden van de waarden van het moederland maken we het in de vader-cultuur verharde hart weer zacht. Dan kunnen we de verharde en veruiterlijkte cultuur en religie relativeren en in historisch en symbolisch perspectief plaatsen.  Als er één cultuur is die tot de verbeelding spreekt, is het wel de cultuur van de Maya’s. Een geslaagd leven betekent voor de Maya’s dat het je lukt je eigen weg te gaan als je je verdiepen gaat in het teken van de dag waarop je geboren bent. Hoe meer geslaagde levens er zijn, hoe meer de kosmos in evenwicht is. Voor Maya’s heeft het bestaan betekenis en glans wanneer wordt geleefd met ‘hart voor de aarde’.

De kracht van de Maya’s is, dat ze door heel de geschiedenis van onderdrukking heen hun geloof en spiritualiteit behouden hebben. Dat is in het geheim voortgezet, net als in de mystieke tradities met namen als Johannes van ’t Kruis of Teresa van Avila. 

God heet bij de Maya’s ‘hart van de hemel, hart van de aarde.’ De kosmos is geen anoniem lopend geheel zonder ziel. De kosmos heeft een kloppend hart. Dromen zijn vol betekenis. Rigoberta Menchú schrijft daarover in haar laatste boek. Alleen in onze dromen leven wij. Zonder die band met de diepere dimensie van het bestaan voegt ons leven niets toe aan het mysterie van de kosmos”.  

De Maya spreken over Vader Zon die ons beschermd en licht schenkt, Grootmoeder Maan die ons helpt herinneren en Moeder Aarde; Moeder Aarde is heilig omdat zij ons leven geeft. Wanneer wij sterven, keren wij naar haar terug. Als maïskorrels worden wij in Moeder Aarde gezaaid. Liefdevol neemt zij ons op, in haar rusten wij. Moeder Aarde is Gods eigen gezicht. Dat is Maya-spiritualiteit waarover je meer kunt leven in de Popol Vuh, het Maya boek van Raad. Planeten kun je het beste beschouwen als archetypen, en een bepaald planeetpatroon geeft in principe een ‘dans van archetypen’ aan.

Synchroniciteit is ogenschijnlijke toeval, wat geen toeval blijkt te zijn……