Van kind af aan groeien we op met verhalen en raken vertrouwd met die verhalen. Sprookjes en sagen en later avonturen (uit andere culturen) en misschien ook mythologieën. Verhalen zijn immers van alle eeuwen en alle culturen. Verhalen liggen diep verankerd in de mensheid en vertellen ons het verhaal van mens en aarde door de tijden heen. 

Verhalen die echter de levensloop van mensen beschrijven, zijn wel heel bijzondere verhalen. Allereerst vertellen ze over ons wel en wee. Onze specifieke afkomst, ons verleden, maar vooral van de tijd en cultuur waarin je leeft. Verhalen kun je vertellen, maar ook schrijven. Een dagboek, een brief en ook het autobiografisch schrijven is al heel lang een manier inzicht te vinden in hoe we naar ons verhaal kunnen leren kijken. De aaneen geweven levensverhalen vormen onze levensloop, onze biografie. Het woord biografie stamt uit het Grieks en is een samenvoeging van twee Griekse woorden voor leven en schrijven. Letterlijk betekent biografie levenstekening. Het zijn tekenen van een universeel oerbeeld in onze biografie. 

Als we ons openen voor het biografisch leren en werken openen we ons voor ontwikkelingsmogelijkheden. De verschillende levensfasen blijken met inzicht in het zevenjaarsritme het in de tijd en door familie trauma’s gekleurde verhaal terug te brengen naar de oorspronkelijke eenvoud. Met andere woorden je doet met biografisch leren en werken aan waarheidsvinding en oefent recht te doen aan je eigen levensverhaal. Zo ontstaat inzicht in onze problemen en uitdagingen, onze relatiebreuken, de moederwond, verlieservaringen (fysiek, mentaal, emotioneel of spiritueel) etc. Ook kun je op het spoor komen van het ritme waarin b.v. ziektes zich manifesteren. Biografisch leren geeft het een plek binnen de drieslag van denken-voelen-willen die zich door de h*erkenning zich beginnen om te vormen (te transformeren) en te verhogen tot nieuwe vermogens. Rudolf Steiner noemde deze vermogens imaginatie, inspiratie en intuïtie. 

De eerste trede binnen het nieuwe bewustzijn is die van ‘imaginatie’. Imaginatie is een zo sterk duidelijk worden van het bewustzijn en een zo geordend denkleven, dat in de geestelijke ruimte van de mens beelden beginnen op te lichten als innerlijke schilderingen. De universele wetmatigheden behoren immers tot de gedachtewereld en niet aan de vergankelijke zintuiglijke wereld. De wetten van het lot en je zelfhelende vermogens hebben zo een nauw verbonden relatie die je met compassie tegemoet mag treden. We kunnen onszelf immers niet in de wereld buiten onszelf vinden! 

Relaties en groepen maken dezelfde soort stadia door als mensen in hun persoonlijke ontwikkeling, maar enkel in de persoonlijke ontwikkeling kun je transformeren. Een groep of een relatie kan dit triggeren. Je kunt dus niet samen transformeren, wél is het fijn als je elkaar kunt respecteren doorheen de wisselend aantrekkende en afstotende krachten. In Tzolkin valt echt veel te ontdekken! 

De mensheid van nu is te vergelijken met de vierde 7-jaarsfase in een mensenleven: van 21 tot 28 jaar. Tegelijkertijd is Moeder Aarde in de overgang naar de vierde dimensie. We zien dat Moeder Aarde zich begint te roeren, nu in het eerste kwart van de 21e eeuw, en zich opmaakt om aan haar herstel te gaan werken. In stormen, watervloeden blaast en zuivert zij de aarde schoon opdat mens en dier opnieuw op een natuurlijke wijze mogen leren samenwerken. 

Moeder Aarde heeft drie eerdere incarnaties gekend: Saturnus, Oude Zon en Oude Maan. Na de huidige incarnatie van moeder Aarde komen er nog drie andere: Jupiter, Venus en Vulcanus. Moeder Aarde trilt ons zo op waardoor wij leven na leven aan de ontwikkeling van ons zevenledige mens-zijn kunnen werken. In ons huidige leven werken we aan het leren denken met het hart en mogen de verbinding met de natuurlijke en kosmische ordening hervinden. 

Het pad van inter-zijn is een pad van harmonie met moeder en zuster aarde. Het pad dat als uitgangspunt heeft: ‘Ik ben omdat de natuur is en omdat zij is ben ik’.

© Joke – fluisteralsjeblieft  2009-2021