In het vorige artikel ontdekte we een nieuwe manier van kijken naar het begin van het menselijke leven. Dat toelatende kun je ook ontdekken dat het allereerste duale in ons verbonden is met het mannelijke (vader) en het vrouwelijke (moeder). Zo leren we al vroeg: Wij leven op aarde altijd in de sfeer van dualiteit. Een dualiteit is niet alleen hetzelfde als de zo veel voorkomende polarisatie in deze tijd. Zonder overdrijving staan we met het fenomeen polarisatie voor hét vraagstuk van onze tijd.
Polarisatie omvat de dynamiek van wij-zij-denken
Bart Brandsma schrijft dat Polarisatie iets doet met onze identiteit, zonder dat we daar de regie over hebben. Het wij-zij-denken neemt het van ons over. Standpunten splijten, vooral als we zeggen en inzien dat we tegenover elkaar staan. Dan spreken we over polarisatie. Zoek deze denker maar eens op. Ook heeft hij ontdekt wat bij een democratie hoort.
Wat bij een democratie hoort is elkaar bevragen, vragen kunnen verbinden vooral als je daar je eigen ervaringen bij mag delen. Dan ontstaat begrip, de opening in de beweging naar compassie of tenminste naar empathie. Dan is polarisatie een gezond fenomeen.
In het begin van het menselijke leven zoals ik in het vorige artikel beschreef kun je beter begrijpen dat wij zijn ontstaan uit sterrenstof. We zijn allemaal gemaakt van sterrenstof en in negen maanden tijd worden we voorzien van ego krachten. Krachten en eigenschappen die de verschillende planeten ons hebben meegegeven voor onze aardse reis. In het ritme van de zevenjaarsfasen doorlopen we de invloedsferen van de planeten als vernieuwende krachten. Dat maakt dat de nacht, het slapen en dromen zo belangrijk voor de nieuwe impulsen. Vooral de dynamiek van de orgaansystemen worden zo de vormgevers van de ons omringende menselijke omgeving.

Als je het menselijke leven in twee helften zou kunnen opdelen is de eerste helft (tot ca 35-40 jaar) als één groot inademen. Het lichaam ademt de identiteit in. Dit proces wordt ‘incarnatie’ genoemd, we oefenen ons te wortelen op aarde.
In de tweede helft zijn we meer op ‘geven’ gericht. We geven het leven en de mensen die ons omringen van wat we eerder hebben ontvangen. We stellen het gevende wijs ter beschikking, het uitademen is dan begonnen. Deze ontwikkeling noemen we in het biografisch leren ‘excarnatie’.
Het mens-zijn is daarmee toegegroeid naar een holistisch mensbeeld. Je hebt bewust of onbewust de reis gemaakt binnen het fysieke, etherische, astrale en geestelijke krachtenvelden.
Dit is belangrijk voor het werken met je eigen leven en de regisseur van je leven te kunnen zijn van krachtenvelden die je gegeven zijn. Wat je allereerst van buiten tegenkwam wordt aan het einde van je leven vanuit het innerlijk uitgestraald. Van het aardser worden tot in de tweede levenshelft leven vanuit het meer geestelijke bewustzijn kun je harmonie leren vinden en waar je de balans kwijt bent geraakt kun je op jouw moment herinneren met inzichten in de verschillende zevenjaarsfasen.
Dat komt niet op dezelfde manier bij je terug, vaker blijkt bijvoorbeeld een verlieservaring in de kinderjaren later te leiden tot depressiviteit, tot chaosmomenten of tot b.v. de regie kwijt zijn. Het zijn herinneringen aan ervaringen die niet doorleefd zijn of tot bewustwording zijn gebracht.
Dat kunnen er veel zijn….
Als hulpmiddel kun je nu meenemen dat in de eerste 3×7 jaar voornamelijk lichamelijke, in de tweede 3×7 jaar meer in de ziel en in de derde fase vooral in geestelijk=psychisch opzicht zichtbaar worden.
Om een niet al te lang stuk te schrijven wil ik je nog even meenemen naar de gedachte die ik vaker tegenkom dan mij lief is. Het is de gedachte of het gevoel dat het allemaal dan wel zo bedoeld zal zijn en je ermee te leren leven hebt. Op deze manier heeft het leren werken met je eigen biografie niet zoveel zin, het draagt namelijk geen enkele vrijheid en ook geen eigen wil en verantwoordelijkheid in zich mee. Als alles wat er gebeurt en besloten wordt buiten jouw wil omgaat is dit niet je lot of zo je wil God. Dit wordt de leer van de predestinatie genoemd die in het biografische leren en werken met je leven juist niet werkt. Ook verder niet, maar ik beperk me tot mijn eigen ambacht hier.
De leer van karma en reïncarnatie gaat ook uit van de idee dat wat wij in het leven ontmoeten al ver van te voren vastligt. Ook dat kun je horen in het woordje lot of lotsbestemming.
Dat lot, karma, zou dan voortkomen uit onze eigen daden en handelingen in eerdere levens die in het huidige leven gevolgen dragen. In deze gedachten ligt het voor de hand dat je iets te kiezen hebt. De keuze of je ten goede of ten kwade reageert op de omstandigheden in je leven, vooral als het je te moeilijk wordt of te pijnlijk. Het is juist de leer van karma en reïncarnatie die je de keuze biedt om iets ten goede te leren keren, ook al liggen de lotssituaties waar we bij de geboorte instappen al voor het grootste deel vast.
Dit maakt dat wij maar al te vaak zélf de veroorzakers zijn en de keuze krijgen om de persoonlijke ontwikkeling in eigen regie te nemen. Juist dan kan ‘vrijheid’ omgevormd worden van onmenselijkheid naar liefdevolle en open dialogen…. In het huidige moment van het NU.
Zo groeien we niet alleen als mens of van ons eigen leven, maar ook als mensheid in het geheel krijgt de keuze om het democratische te oefenen door elkaar te bevragen.
In de brief aan de jonge dichter schrijft R.M. Rilke hier zo mooi over, hier een paar regels om over verder te mijmeren….
(….) Men moet geduld hebben
voor de onopgeloste zaken in ons hart
en proberen de vragen zelf lief te hebben,
als gesloten kamers,
en als boeken die in een zeer vreemde taal
geschreven zijn.
Het komt er op aan alles te leven.
Als je de vragen leeft,
dan leef je misschien langzaam maar zeker
zonder het te merken op een goede dag
het antwoord in…..
Deze brieven zijn 125 jaar oud; je leest ze alsof ze net geschreven zijn. Ook bijzonder dat je bij Rilke in de taal van de seizoenen lezen kunt hoe de dialoog (de innerlijke dialoog) te kunnen beoefenen met de kunst van het vragen stellen.
Van harte het goede toegewenst,